donderdag 06 september 2018

Lessen voor de eurozone na de Griekse voogdij

Vorige week kwam er een einde aan de acht lange jaren waarin Griekenland onder de voogdij van de Trojka (Europese Commissie, ECB en IMF) stond.

Paul Dermine is lid van de vrijdaggroep en doctorandus Europees recht aan de Universiteit van Maastricht. Eveneens verschenen op knack.be op 7 september 2018.

Vorige week kwam er een einde aan de acht lange jaren waarin Griekenland onder de voogdij van de Trojka (Europese Commissie, ECB en IMF) stond. Officieel keerde Griekenland terug naar een volledige economische en budgettaire soevereiniteit. In Brussel en elders werd dit zwaar bevochten eerherstel alom toegejuicht: een nieuwe tijdperk voor Griekenland en de eurozone kon eindelijk beginnen.

Maar is er ook echt een einde gekomen aan de lijdensweg van het Griekse volk? Er zijn goede redenen om dit te betwijfelen. Hoewel de druk van de schuldeisers inderdaad afneemt, blijft Griekenland onderworpen aan een versterkt toezicht. Zo ging het land de belangrijke doch weinig realistische economische en budgettaire verbintenis aan tot 2060 een begrotingsoverschot van 2,5% van het bbp te boeken. De herwonnen soevereiniteit is dus in de eerste plaats theoretisch. Bovendien werden belangrijke disfuncties via noodzakelijke structurele hervormingen weliswaar gecorrigeerd, maar blijven verscheidene risicofactoren aanwezig, te beginnen bij een moeilijk houdbare overheidsschuld van 188% van het bbp. De volgende crisis zou dus al in de maak kunnen zijn en de heropleving van korte duur zijn.

Toch blijft het een symbolisch moment. Niet wegens de euforie die het moet teweegbrengen of de zonnige toekomst die het inluidt, maar omdat het ons dwingt om de balans van de voorbije periode op te maken en de Euro-demonen in de ogen te kijken. Eigenlijk is er voor Griekenland en voor de eurozone een einde gekomen aan een verloren decennium met een aaneenschakeling van verbroken beloften, gemiste kansen en niet-ingeloste verwachtingen. Een decennium waarin de Europese solidariteit het moest afleggen tegen het dictaat van het bezuinigingsbeleid en waarin politieke terughoudendheid en economisch dogmatisme een einde maakten aan de hoop op gedeelde welvaart waarvoor de euro moest zorgen. Het heersende optimisme en het aan de gang zijnde economische pseudoherstel mogen ons niet doen vergeten dat de eenheidsmunt structureel onstabiel blijft en dat het de hoogste tijd is om de economische en politieke structuur af te werken. Anders overleeft deze munt misschien de volgende crisis niet. Kortom, het ideale moment om stil te staan bij de belangrijke uitdagingen waar de eurozone nog voor staat.

De komende maanden zullen cruciaal zijn. In het kielzog van president Macron werden verscheidene welkome voorstellen gedaan, onder meer in verband met de verdieping van de budgettaire en sociale integratie, en de voltooiing van de bankenunie. Gezien de onbuigzaamheid van de noordelijke lidstaten en de afwachtende houding van de Europese instellingen lijkt het echter onmogelijk om in de huidige conjunctuur verder te komen dan een status quo. Toch zouden de Europese verkiezingen van 2019 voor een nieuw elan kunnen zorgen. In het kader van het noodzakelijke debat ten gronde dat vóór deze datum moet worden gevoerd, onderscheidt de Vrijdaggroep drie belangrijke pijlers voor hervorming.

Allereerst moet de eurozone eindelijk een kader scheppen voor de herstructurering van de overheidsschulden. Het schuldniveau van bepaalde leden van de eurozone – zoals Griekenland en Italië – is momenteel zo onhoudbaar hoog dat het een illusie is om te denken dat deze landen ooit al hun schulden zullen kunnen aflossen. Net zoals tijdens de bankencrisis gebeurde, moet de eurozone uitgerust worden met een mechanisme om staatsschulden netjes en op basis van objectieve criteria te herstructureren. Dit is wat enkelen van de meest vooraanstaande specialisten op dit vlak aanbevelen (Piketty en Stiglitz om er twee te noemen) en het strookt ook met het officiële standpunt van verscheidene internationale instellingen (te beginnen bij het IMF): de beleidsverantwoordelijken van de eurozone moeten het taboe van de herstructurering doorbreken als ze de macro-economische stabiliteit van de zone willen garanderen en de vereiste voorwaarden voor een duurzame groei op hun grondgebied willen creëren.

Vervolgens moet de eurozone een autonome begrotingscapaciteit krijgen. Zo kan de eurozone eensgezind en geloofwaardig reageren op de klappen die haar nationale economieën kunnen krijgen. Op supranationaal niveau herstellen wat de eenheidsmunt vanzelf heeft kapotgemaakt, de euro budgettaire en politieke garanties verlenen, en een echte solidariteit tussen de hoeders van deze gemeenschappelijke hulpbron invoeren: dat is de filosofie die achter dit voorstel schuilgaat.

Tot slot moet er dringend werk worden gemaakt van het institutionele aspect en is het bestuur van de eurozone aan democratisering toe. Dit zogenaamde budgettaire, economische of monetaire bestuur is namelijk in de eerste plaats een politiek bestuur. Het zou dus niet uitsluitend mogen worden overgelaten aan enkele technocraten die achter de schermen blijven. Over de fundamentele beleidslijnen moet vrij kunnen worden beslist door de burgers en hun vertegenwoordigers. Een versterking van de bevoegdheden van het Europees Parlement, de oprichting van een nieuwe parlementaire vergadering voor de eurozone, … de mogelijkheden zijn legio. Als we echter één les kunnen trekken uit het Griekse drama van de voorbije jaren, dan wel dat de eurozone op het vlak van economisch beleid niet langer tégen een volk mag beslissen – achter de gesloten deuren van de Eurogroep of de ECB – maar mét het volk moet beslissen, in het volle daglicht en in de hitte van het parlementaire debat.

In zijn politieke testament onder de titel ‘Volwassenen onder elkaar. Mijn gevecht met het Europese establishment’ vertelt een ziedende Yanis Varoufakis hoe de Europese overheden op zes maanden tijd de regering Tsipras op de knieën dwongen door bezuinigingen zonder voorgaande op te leggen. Deze bezuinigingen, die nochtans volledig tegen het politieke DNA van Tsipras ingingen, maakten van Griekenland een ‘schuldenkolonie’ en leverden het land over aan de genade van de markten en de internationale instellingen. Varoufakis’ analyse mag dan al partieel – en partijdig – zijn, er valt weinig in te brengen tegen de vaststelling dat het hele Europese integratieproject in gevaar komt als de eurozone niet opnieuw geformateerd wordt. Laten we hopen dat de stembusgang van 2019 een eerste stap is op weg naar de vereiste upgrade. De eurozone kan zich niet nog eens een verloren decennium permitteren.

Download het volledige rapport “Wij, Europeanen”