Stembureau — Photo by Edmond Dantès on Pexels

Hoe zal AI ons stemgedrag in 2029 kleuren?

Bij de verkiezingen van juni 2029 zal een deel van de kiezers zijn oordeel mee laten kleuren door een gesprek met een taalmodel. We kunnen niet voorspellen hoe dit een impact zal hebben op de verkiezingsuitslag, maar wel dat onze democratie, onze kiezers én onze partijen geen strategie hebben om daarmee om te gaan.

Een student typt een vraag in een zoekveld: wat vindt Vooruit van kernenergie? Bovenaan verschijnt een vloeiende alinea onder de titel “AI-overzicht”, geschreven door een taalmodel. Het antwoord klopt grotendeels, of misschien ook niet.

ChatGPT telt intussen meer dan 1 miljard maandelijks actieve gebruikers, en Google biedt (naast de klassieke zoekfunctie) als eerste een AI-overzicht alvorens zoekresultaten weer te geven. De Belg die iets opzoekt over de pensioenhervorming raadpleegt vandaag een taalmodel, hetzij bewust, hetzij onbewust, maar steeds gepresenteerd als een neutraal antwoord. AI-modellen bieden zich daarbij aan als een pratende encyclopedie en zullen bij de volgende verkiezingen onze kiezers mee informeren.

Waarom België extra kwetsbaar is

Bovenstaande geldt natuurlijk voor alle democratieën. Maar België kent drie kenmerken waardoor het zich in het bijzonder blootstelt aan electorale verschuivingen in deze context.

Het eerste is de opkomstplicht. We kennen hierdoor een groot electoraat met een grote fractie kiezers die verschijnen zonder diepe politieke betrokkenheid. Deze mensen zonder uitgekristalliseerde partijvoorkeur zoeken houvast in de weken voor de verkiezingen. Een gedeelte van die groep ‘zwevende kiezers’ zal een taalmodel raadplegen voor politieke oriëntatie.

Het tweede is de taalsplitsing. Een Vlaamse partij communiceert primair in het Nederlands. Wat een Franstalige gebruiker te horen krijgt wanneer hij een chatbot vraagt wat die partij vindt van migratie, is een representatie gebouwd op wat er in het Frans over die partij geschreven staat door journalisten, commentatoren, tegenstanders. Dat is een andere tekst dan de partij over zichzelf schrijft.

Het derde is de fragmentatie. België telt tal van relevante partijen, en kleine verschuivingen in smalle kieskringen bepalen wie er regeert. Juist daardoor weegt een marginaal effect hier zwaarder dan elders: een verschuiving van enkele procentpunten die in een tweepartijenstelsel in de marge verdwijnt, kan in een versplinterd landschap een zetel doen kantelen en een coalitie maken of breken.

Een fout die je niet kunt terugdraaien

Het ongemak schuilt in het feit dat Belgische partijen niet weten hoe ze door deze systemen worden voorgesteld en de toezichthouder het niet meet. Het gevaar dreigt dat er in die leemte een wapenwedloop ontstaat. In elke nieuwe mediageneratie is er een ‘first mover’: een partij die het kanaal eerder begrijpt dan de rest.

Tegen 2029 zal allicht een Belgische partij haar online-aanwezigheid zo optimaliseren met behulp van Generative Engine Optimization (GEO) dat AI-modellen die haar partij omschrijven informatie putten uit bronnen die zij zelf heeft gecreëerd en geoptimaliseerd. De vraag zal niet zozeer zijn óf het gebeurt, maar of de andere partijen en de kiezer doorhebben dat het gebeurt.

In deze ‘black box’ zijn er twee werkelijke fouten die een overheid kan maken. Men kan zich voorbereiden op een schok die uitblijft, wat onderzoeksgeld en tijdsinvestering van ambtenaren kost. Of men kan onvoorbereid zijn op een schok die wel komt, en eindigt met een vertekende verkiezing die we niet kunnen terugdraaien.

Wat België nu kan doen

Meten neemt die vertekening niet vanzelf weg, maar zal het in de eerste plaats wel documenteren. Net dat is de voorwaarde om bij te kunnen sturen: wie niet weet hoe partijen worden voorgesteld, kan een scheeftrekking niet signaleren, niet aankaarten en niet corrigeren vóór de stembusgang.

We moeten dus meten hoe onze partijen door de grote modellen worden beschreven, in beide landstalen, maandelijks, door universiteiten en mediahuizen die de expertise al in huis hebben, en de resultaten daarvan horen openbaar te zijn. De Nederlandse privacytoezichthouder deed het al en vond dat bij onze noorderburen vier chatbots stelselmatig dezelfde twee partijen (PVV of GroenLinks-PvdA) aanbevalen.

Keren we, zesendertig maanden vooruit, terug naar de student. Hij heeft gestemd op een partij waarvan zijn beeld mee door een taalmodel is gevormd, en hij is er één van de honderdduizenden zwevende kiezers die in de regionale, federale en Europese verkiezingen van 2029 hetzelfde zullen doen. De technologie en het gebruik ervan houden we niet tegen (en dat hoeft ook niet). Maar we kunnen vandaag wel beslissen dat we vóór 2029 willen weten wat die AI-modellen onze kiezers exact vertellen.