Geen welvarend België in 2030 zonder hervorming van het Belgische klimaatbestuur
Deze zomer is verstikkend, en nu al de heetste ooit gemeten in België. Volgens Sciensano leidde de hittegolf van 18 juni tot 1 juli alleen al tot een stijging van de sterfte met 47,8% — 1.747 overlijdens meer dan het gewoonlijke gemiddelde. Deze weken zijn slechts een voorproefje van wat ons te wachten staat. Toch lijken onze beleidsmakers moeite te hebben om het eens te worden over de aanpak van deze crisis; sommige ministers weigeren zelfs deel te nemen aan vergaderingen die door de federale minister worden samengeroepen. Verdient ons land niet beter dan een post-mortembeheer van klimaatrampen, met wankele vergaderingen tussen de verschillende beleidsniveaus? Het Belgische klimaatbestuur stelt politici vandaag niet in staat om op deze existentiële uitdaging te reageren.
Ons klimaatbestuur weerspiegelt de gebreken van onze institutionele architectuur: gefragmenteerd en zonder echte strategische coördinatie. De verschillende instanties bevorderen ondoorzichtigheid, blokkeringen en compromissen op het laagste gemeenschappelijke niveau. Het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) illustreert dit perfect: het is niet veel meer dan een optelsom van regionale plannen en interfederale maatregelen.
Volgens de Europese Commissie bevat het Belgische plan noch een coherente inschatting van de investeringen die nodig zijn voor de energietransitie, noch een degelijke analyse van de economische gevolgen van de beoogde beleidsmaatregelen. Diezelfde incoherentie is terug te vinden in de manier waarop met de nieuwe Europese koolstofmarkt (ETS2) wordt omgegaan: Vlaanderen neemt deze op in zijn klimaatprojecties, Wallonië niet, en nergens wordt een inschatting gegeven van de impact ervan op het behalen van de Belgische klimaatdoelstellingen.
Hoe kan het land een coherente strategie hebben als het overleg pas achteraf plaatsvindt? België beschikt over de nodige bevoegdheden; wat ontbreekt, is een bestuur dat deze kan omzetten in coherente actie. Laten we dat eindelijk in de praktijk brengen!
Een Raad voor Welvaart
Wij stellen de oprichting voor van een Raad voor Welvaart, die alle ministers van de gewest- en de federale regering die bevoegd zijn voor klimaat, energie, mobiliteit en economie samenbrengt. Deze Raad, voorgezeten door een vicepremier belast met welvaart, zou de vergaderingen organiseren, beslissingen ter stemming voorleggen bij politieke blokkering, en rechtstreeks verslag uitbrengen aan de Kern. Deze functie zou het mogelijk maken om duidelijk één politiek verantwoordelijke voor de welvaart van het land aan te wijzen, en een einde te maken aan het doorschuiven van verantwoordelijkheden.
De Raad zou tot taak hebben het klimaatbeleid vast te leggen en te coördineren. Deze Raad zou zich bijvoorbeeld kunnen buigen over vragen die zowel concreet als strategisch zijn: hoe vereenvoudigen we de toegang tot nationale financiering ter ondersteuning van onderzoek, innovatie en de concurrentiekracht van onze economie? Hoe anticiperen we op de nodige competenties en leiden we werknemers op voor de beroepen die de energietransitie zal vereisen? Twee voorbeelden die volgens de Europese Commissie ontbreken in het Belgische NEKP, en die baat zouden hebben bij interfederale coördinatie. Of nog: hoe investeren we in en denken we na over de NMBS van morgen? Hoe bereiden we ons voor op mogelijke bosbranden?
Door deze debatten binnen één en hetzelfde forum te voeren, zou België de gewesten en de federale overheid kunnen laten samenwerken rond een gemeenschappelijke strategie, met een betere coördinatie, bundeling van inspanningen en planning van maatregelen, zodat ons land de economische en sociale kansen van de gedecarboniseerde economie kan grijpen en zich kan voorbereiden op de klimaatrisico’s die eraan komen.
Dit zou ook meer transparantie bevorderen. Daartoe zouden de stemmen van de ministers online gepubliceerd worden. Minder ondoorzichtigheid in de debatten en politieke beslissingen zou het maatschappelijk middenveld in staat stellen zich deze thema’s eigen te maken. Om te ontsnappen aan de verlammende logica van permanente consensus, zouden beslissingen bij gewone meerderheid kunnen worden genomen, op voorwaarde dat de ministers die de beslissing steunen minstens 65% van de Belgische bevolking vertegenwoordigen. Zo’n mechanisme zou het mogelijk maken de terugkerende blokkeringen van het Belgische federalisme te overwinnen, met behoud van de democratische legitimiteit ervan.
Deze Raad zal het België mogelijk maken om tegen 2030 te beschikken over een NEKP dat besproken en mee opgebouwd is, op zijn minst in samenhang, en idealiter in samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus. Het klopt dat een dergelijke ambitie wellicht niet kan worden gerealiseerd zonder grondwetswijzigingen of aanpassingen van de bijzondere wetten tot hervorming der instellingen. Maar de vraag is niet of dit een complex traject is; de vraag is of België het zich nog kan veroorloven eraan voorbij te gaan. Met het oog op de klimaat- en economische uitdagingen die ons tegen 2030 te wachten staan, heeft ons land een beslissingscentrum nodig dat in staat is de inspanningen te bundelen en zijn institutionele middelen om te zetten in efficiënte actie, als garantie voor zijn toekomstige welvaart.