Geboren in het buitenland, vergeten in België
Stel: u wil een gezin, u kiest voor draagmoederschap in het buitenland, en eenmaal terug in België botst u op een muur van papierwerk om uw kind juridisch erkend te krijgen. Merkwaardig voor een land dat meent voorop te lopen op het vlak van holebi-rechten.
Bovenstaand voorbeeld is geen uitzondering: kinderen geboren via draagmoederschap leven in België zonder duidelijke juridische bescherming. De regering-De Wever wil hierover wetgeven, maar ondertussen laat België deze kinderen in de kou staan. In ons land hangt hun erkenning af van gemeenten die vaak niet weten hoe ze ermee om moeten gaan.
Kinderen gegijzeld door een juridisch vacuüm
Draagmoederschap roept terechte vragen op, met name over de commercialisering van het vrouwelijk lichaam. Maar daar gaat dit niet over. Kinderen die al geboren zijn beschermen is geen standpunt innemen over draagmoederschap. Het is een feitelijke situatie die om een oplossing vraagt.
Bij draagmoederschap draagt een vrouw een kind voor iemand anders. In veel landen gebeurt dit op een ethische, onbaatzuchtige manier. In België is de praktijk echter niet geregeld: niet verboden, maar ook niet toegestaan. Daardoor trekken veel koppels naar het buitenland.
En daar wringt het schoentje: eenmaal terug in België worden de buitenlandse documenten van hun kind niet automatisch erkend. Gemeenten beslissen dan zelf wat ze ermee doen, met alle gevolgen van dien: problemen met inschrijving, onzekere afstamming, moeilijke toegang tot kinderbijslag of medische en schoolse zorg.
Kinderen beschermen is geen doos van Pandora openen
Deze kinderen leven dus in een juridisch grijs gebied, kwetsbaar en onbeschermd. En dat terwijl de oplossing al lang op tafel ligt. Het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek beveelt al sinds 2004 een duidelijk wettelijk kader aan. In 2023 herhaalde het die oproep nog eens uitdrukkelijk.
Ook Europa is duidelijk: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt dat landen verplicht zijn om de erkenning van deze kinderen te regelen. Frankrijk en Zwitserland werden al veroordeeld omdat ze dat nalieten. België is gewaarschuwd.
Andere landen tonen hoe het kan. Frankrijk verbiedt draagmoederschap, maar vereenvoudigde toch de erkenningsprocedure voor kinderen die in het buitenland geboren zijn. Niet-biologische ouders moeten drie dingen aantonen: dat de draagmoeder vrijwillig instemde, wie de betrokken partijen zijn, en dat het belang van het kind primeert. In Ontario gaat men nog verder: ouders en draagmoeder sluiten al vóór de geboorte een officiële erkenningsakte af.
België moet aan de kant van de vooruitgang staan
Er is goed nieuws: het Arizona-akkoord wil draagmoederschap wettelijk regelen en ouderlijke rechten automatisch toekennen vanaf de geboorte. Maar kinderen die in het buitenland geboren zijn, worden niet expliciet vermeld. Die lacune moet gedicht worden, want zolang de wet er niet is, blijven zij onbeschermd.
De wetgevende werkzaamheden moeten nu beginnen, met twee prioriteiten: een radicale vereenvoudiging van de administratieve procedures, en een einde aan de willekeur waarbij gemeenten zelf mogen beslissen over de juridische situatie van gezinnen. Dat is geen taak voor een loket.
Alle koppels moeten rustig naar België kunnen terugkeren, wetende dat hun gezin erkend wordt. Niet omdat het progressief is, maar omdat het eerlijk is.