De rechtsstaat overleeft niet door voor eigen kerk te preken
De laatste jaren wordt onder langopgeleiden veel gezegd en geschreven over de rechtsstaat die in gevaar is, door bijvoorbeeld Timothy Snyder, Anne Applebaum en in eigen land Ilja Leonard Pfeiffer. Maar in plaats van voor eigen kerk te preken, staat of valt onze rechtsstaat net met de overtuiging van andersdenkenden. Net daar ligt de echte uitdaging.
Na meer dan een halfjaar lang wekelijks lezingen geven over mijn boek Het betonnen beleid, is mijn voornaamste vaststelling de volgende: Vlamingen zijn helemaal niet zo getrouwd met de grote principes van de rechtsstaat als de meeste langopgeleiden denken. Ik overdrijf maar een beetje als ik zeg dat de meeste mensen hun buik vol hebben van al het geëmmer over de rechtsstaat. En zeker van juristen die op regelmatige tijdstippen met zwaarwichtige toon de grote principes bovenhalen op tv en in de krant, terwijl ze uitwaaieren over de zeitgeist en het gevaar van Trump en Orbán.
Vaak wordt de voortdurende herhaling van abstracte principes beschouwd als elitair en ver-van-mijn-bed, die weinig te maken hebben met de dagelijkse zwoegende realiteit van het leven. Radicale ideeën over bijvoorbeeld migratie worden afgedaan als ‘ongrondwettig’, en daarmee is dan de kous af. Zo’n etiket volstaat echter niet om mensen van idee te doen veranderen. Het zorgt alleen voor een sterker anti-establishmentgevoel dat bijdraagt aan het idee dat de rechtsstaat en de mensenrechten bestaan om ‘de gevestigde orde’, waarmee ze niet tevreden zijn, te beschermen.
De rechtsstaat is geen natuurwet, en bestaat alleen zolang mensen er collectief in geloven en naar handelen.
Het is vanzelfsprekend begrijpelijk en terecht dat het grote belang van de grote abstracte principes van de mensenrechten en de rechtsstaat voortdurend wordt herhaald, zeker in een context waarin die principes onder druk staan. Maar daar mag het niet bij blijven. In plaats van dezelfde principes te herhalen in dezelfde langopgeleide kringen, moet iedereen die met het voortbestaan van onze rechtsstaat inzit, naar buiten gaan en andersdenkenden overtuigen. Hoe moeilijk dat ook is en hoelang dat ook duurt.
Het is een sociale overeenkomst, geen fysieke wet die zichzelf afdwingt. Het zal iedereen opgevallen zijn dat het leger niet in actie is gekomen op het moment dat de regering besliste om geen dwangsommen meer te betalen nadat ze door rechters was veroordeeld voor haar migratiebeleid. De impact van arresten berust finaal op de wil van de overheid om ze uit te voeren. En die wil is er alleen als voldoende mensen en, hou u vast, niet-juristen en kortopgeleiden overtuigd zijn van de meerwaarde daarvan.
Vandaar deze duidelijke oproep: het is voor intellectuelen die gehecht zijn aan de grote principes, tijd om in de modder te gaan staan. Opiniemakers en juristen moeten urbi et orbi en vooral buiten de eigen bubbel de geesten veroveren. U moet familie en vrienden uitleggen dat wie nu arresten negeert omdat die een stevig rechts migratiebeleid bemoeilijken, later niet moet komen klagen als een linkse regering arresten negeert waarin rechters een serieuze vermogensbelasting hebben vernietigd. Want zo gaat het natuurlijk. Wie vandaag bij de politieke meerderheid hoort, kan morgen in de minderheid worden gesteld. En dan is het veel minder plezant om de rechtsstaat te negeren.
Alleen als de brede bevolking kan worden overtuigd van het vitale belang van mensenrechten, kan de rechtsstaat op lange termijn overleven. Dat is een strijd bergop, want populisten hebben het voordeel dat hun boodschap hapklaar en eenvoudig is. Maar het is een noodzakelijke ideeënstrijd die iedereen die met de res publica inzit, moet voeren. Au boulot!