Leeg kantoor — Photo by cottonbro studio on Pexels

De leegte die onze steden onleefbaar maakt

De natuur heeft een hekel aan leegte. Onze bebouwde omgeving vindt het echter prima, en dat is ons probleem. België is een van de dichtstbevolkte landen van Europa, met een structureel tekort aan open ruimte, vooral in Vlaanderen, en een sterke culturele weerstand tegen hoogbouw. Elke vierkante meter telt dubbel: de meter die we aan de rand verharden, en de meter die we in het centrum laten sluimeren. Eén piste moet het debat domineren: gebruik moet primeren op bezit.

Ons land lijdt aan een ruimtelijke schizofrenie, nergens zo zichtbaar als in Brussel, maar ook elders voelbaar. Aan de ene kant duizenden gezinnen op de wachtlijst voor sociale woningen, collectieven zonder ontmoetingsplek, kinderen zonder speelruimte. Aan de andere kant miljoenen vierkante meters bebouwde, maar ongebruikte ruimte: leegstaande kantoren, ongebruikte overheidsgebouwen, ontwijde kerken, industriële braakliggende terreinen.

Deze paradox komt voort uit een systeem dat draait om bezit — bewaren, valoriseren — in plaats van om gebruik: hergebruiken, transformeren, delen. Eigendom weegt er zwaarder dan gebruik, wachten dan activeren, inhouden dan maatschappelijk nut, met kosten die vooral op de meest kwetsbaren wegen. De geografie van het land versterkt dit: bij gebrek aan ruimte, en gezien de noodzaak om de resterende natuur te vrijwaren, heeft België in wezen maar twee opties — de hoogte in, of beter gebruiken wat er al is. De eerste optie botst op hardnekkig verzet. Blijft de tweede over: leegte omzetten in een hulpbron in plaats van nog meer ruimte in te palmen. Geen loutere stedenbouwkundige keuze meer, maar een noodzaak.

Handelen vergt drie stappen: de leegte meten, ze bezetten, en ze besturen.

De leegte meten is ze begrijpen

De inventarisatie van leegstand moet ophouden versnipperd te zijn over de verschillende bestuursniveaus, en consequenter worden toegepast. Ondanks de wettelijke verplichting in Wallonië en Brussel om leegstaande woningen te inventariseren, doen weinig gemeenten dat grondig. Ook sectoraal schiet het tekort: Brussel volgt kantoorleegstand op, Wallonië en Vlaanderen hebben geen vergelijkbaar geconsolideerd overzicht. Braakliggende terreinen, voorzieningen en handelspanden ontsnappen grotendeels aan elk toezicht.

Die inventarisatie moet ook dynamischer worden, gevoed door gegevens zoals water- en energieverbruik, zoals de Stad Brussel al doet. Open data en AI kunnen daarbij helpen, zoals in Utrecht, waar een collaboratief platform toelaat de stad in real-time te visualiseren.

De leegte bezetten om aan prioritaire noden te voldoen

Leegte bezetten zou onze steden leefbaarder maken. Dat moet een publieke prioriteit worden die de eigendomslogica overstijgt. Het recht laat nu al toe eigendom te reguleren ten voordele van gebruik, voor zover dat proportioneel is en het algemeen belang dient.

Ten eerste: woonruimte garanderen voor wie ze het meest nodig heeft. De omvorming van kantoren tot betaalbare woningen is technisch haalbaar, maar blijft onderbenut. In Brussel stond in 2022 meer dan een miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg, waarvan minstens 20% converteerbaar; Wallonië telt er evenveel. Vlaanderen houdt geen inventaris bij. Sinds 1997 werd al 1,7 miljoen m² herbestemd, maar vooral naar woningen voor de midden- en hogere klasse. Een dwingender kader is nodig om die transformaties naar de prioritaire noden te sturen.

Ten tweede: elk kind buiten laten spelen. Het Brusselse netwerk van honderden scholen, vaak met speelplaatsen, biedt een enorm potentieel: die ruimtes buiten de schooluren openstellen in de minst voorziene wijken, verder dan de bestaande maar beperkte initiatieven.

Ten derde: ruimte geven aan onze nachtelijke culturele collectieven. Brussel kondigt terecht incentives aan om sites zoals de oude Audi-fabriek en de kanaalzone te activeren. Die logica helemaal doortrekken betekent ook rekening houden met de mogelijke synergie tussen die economische projecten en de nachtsector, want culturele en nachtelijke gebruiken sluiten uitstekend aan bij de industriële, overdag actieve bestemming van die plekken.

De leegte besturen om een nieuw paradigma te vestigen

Drie hefbomen zijn essentieel opdat gebruik tegen 2030 zou primeren op leegte in België:

  • De voorkeur voor gebruik boven maatschappelijk nutteloos eigendom juridisch verankeren, waar het collectief belang dat rechtvaardigt;
  • Een dynamisch, transregionaal nationaal leegstandskadaster opzetten, in open data;
  • Leegte duur maken via mechanismen die inhouding en speculatie bestraffen — onder meer door het recht op openbaar beheer uit te breiden en de kosten van leegstand-inbreuken te verhogen.

Leegte is niet neutraal. Ze voedt speculatie, onttrekt ruimtes aan hun maatschappelijke functie en verarmt onze stedelijke verbeelding. Voor een land dat zo krap, dicht bebouwd en weinig geneigd is om de hoogte in te bouwen, is het leren activeren van wat er al is een van de grote ruimtelijke uitdagingen die België tegen 2030 het hoofd moet bieden.