België 2030 heeft een staatshervorming nodig
Een zomerreeks over België in 2030 kan onmogelijk zonder een visie op de Belgische staatsstructuur. Dat debat zal de komende jaren niet meer verdwijnen. De complexe bevoegdheidsverdeling en de bijzondere financieringswet wurgen de federale overheid stilaan op budgettair vlak. We hebben niet langer de luxe om dat te negeren.
De symptomen zijn duidelijk: de federale overheid kampt al vele jaren met het grootste begrotingstekort en kan dat nog onmogelijk volledig dichten. Door de bijzondere financieringswet moet zij jaarlijks 80 miljard euro aan dotaties doorstorten aan de deelstaten, zonder dat de deelstaten daarvoor iets moeten doen. Die dotaties zijn bovendien gekoppeld aan de index en gedeeltelijk aan de groei. In tijden van relatief hoge inflatie moet de federale overheid dus steeds meer de geldbuidel opentrekken, ten voordele van deelstaten wier budget dus op automatische piloot stijgt.
De federale regering kan daar niks aan veranderen. De omvang van de dotaties en de verdeelsleutel zitten vastgeklikt in de bijzondere financieringswet, die slechts met tweederde meerderheid en een meerderheid in elke taalgroep kan worden gewijzigd. Dat is op korte termijn politieke fictie. De federale regering wordt dus geconfronteerd met een enorm lek in de begroting, zonder dat ze dat kan stelpen.
De toekomst oogt nog dramatischer. Algemeen wordt aangenomen dat de kosten voor vier bevoegdheidsdomeinen in het bijzonder de komende jaren enorm zullen stijgen. Dat zijn de pensioenen en de gezondheidszorg, beide onder impuls van de vergrijzing. Onder druk van de opgetrokken NAVO-norm zullen ook de defensie-uitgaven serieus moeten worden opgetrokken. Tot slot stijgt de rentevoet op de staatsschuld, hetgeen ertoe leidt dat de rentelasten volgens het federale Monitoringscomité met 81% zullen stijgen tussen 2026 en 2031. Over vijf jaar moeten we elk jaar 10 miljard euro extra ophoesten. Ter vergelijking: dat is bijna het dubbele van het budget van de werkloosheidsuitkeringen in dit land.
Het grote probleem is dat al die vier bevoegdheidsdomeinen bij de federale overheid liggen, die nu al met de slechtste begroting van de eurozone kampt. Dat is onhoudbaar. De budgettaire situatie is bovendien dermate ernstig dat klassieke socio-economische hervormingen, met besparingen of nieuwe inkomsten, niet langer volstaan. De regering-De Wever bewijst dat. De federale regering voert de grootste hervormingen (lees: besparingen) door in de sociale zekerheid sinds decennia: zowel in de pensioenen, de werkloosheid als de gezondheidszorg worden grote maatregelen genomen die enorme sociale protesten uitlokken. En toch blijft het begrotingstekort gestaag stijgen, jaar na jaar. De federale regering zal al blij zijn als het begrotingstekort niet ‘te veel’ vergroot. Een verkleining van het tekort, laat staan een ernstige stap richting een evenwicht, ligt niet binnen handbereik.
Die situatie dreigt de komende jaren alleen maar te verergeren, ook met de grootste socio-economische hervormingen in decennia. Morrelen aan de inkomsten en aan de uitgaven kan het probleem wat verkleinen, maar niet oplossen. Wie wil vermijden dat de komende 20 jaar élke begrotingsronde over nieuwe belastingen of besparingen in de sociale zekerheid gaat, heeft intellectueel geen andere keuze dan voor een staatshervorming te pleiten die de bevoegdheidsverdeling en de financieringsstromen hertekent.
Natuurlijk heeft Julien De Wit gelijk wanneer hij in deze zomerreeks zegt dat een nieuwe staatsstructuur onvoldoende is en dit land ook een nieuw narratief nodig heeft. Maar denken dat we zonder staatshervorming onze welvaart op lange termijn op peil zullen kunnen houden, is even naïef en de beste manier om te blijven aanmodderen.
Laat ons de tweehonderdste verjaardag van ons land aangrijpen om het klaar te maken voor de toekomst. Dat betekent een staatshervorming die de deelstaten verplicht om een deel van de vergrijzingsfactuur te dragen en die ook zelf, via eigen fiscale autonomie, te financieren. Concreet heeft dat tot gevolg dat de deelstaten bevoegd zouden moeten worden voor één van de grote facturen van de toekomst, namelijk de gezondheidszorg, en dat de financieringswet zo moet worden aangepast dat zij dat met eigen belastingen moeten financieren. Die twee oplossingen gaan hand in hand. Alleen zo geraakt de federale begroting ooit nog in evenwicht en worden de deelstaten gestimuleerd om een verantwoordelijk beleid te voeren dat de kiezer transparant kan belonen of kan afstraffen.
Zo’n staatshervorming zal niet eenvoudig zijn, want daarvoor is een bijzondere meerderheid nodig. Dat lukt alleen als de huidige federale regering zo’n hervorming grondig voorbereidt, zowel op politiek als op technisch vlak. Daarvoor is politieke moed nodig en partijen die op een horizon van enkele jaren durven denken. De tweehonderdste verjaardag van ons land biedt daarvoor de ideale aanleiding.