Wie we morgen zijn? Wie we vandaag durven worden.
Een zomer lang blikte de Vrijdaggroep in de reeks ‘België 2030’ vooruit op de tweehonderdste verjaardag van ons land. In het slotstuk trekt Joachim Mertens de rode draad doorheen tien opiniestukken: ons land bestuurt in structuren van de verleden tijd. De voorbereiding van de derde eeuw kan niet wachten tot de feesttoespraken.
Het was de heetste zomer ooit gemeten in België, met meer dan 1.700 extra overlijdens tijdens de hittegolf in juni. De oorlogen in Oekraïne en Iran laten de geopolitieke spanningen meestijgen met de temperaturen en wegen op de wereldeconomie. En terwijl de politici uit zomerreces komen, zoekt de federale regering tien miljard aan besparingen, net nu het Rekenhof waarschuwt voor een rentesneeuwbal.
Midden in die zomer publiceerde de Vrijdaggroep haar reeks "België 2030": tien bijdragen over journalistiek, weerbaarheid, staatshervorming, middenveld, leegstand, klimaatbestuur, energieonafhankelijkheid, vergrijzing, overheidsbeslag en onderwijs. Daaruit blijkt dat de arrangementen die België in de voorbije decennia bouwde comfortabel waren zolang de wereld stabiel bleef, maar nu niet meer voldoen.
We besturen ons land in de verleden tijd, reageren in de waan van de dag op wat vandaag gebeurt en anticiperen amper op wat morgen komt.
Die verleden tijd heeft onze structuren gevormd: versnipperd waar ze zouden moeten samenwerken, en vergrendeld waar net beweging nodig is. Die versnippering is naast een communautair thema ook een bestuurscultuur geworden. Het nationale klimaatplan is volgens de Europese Commissie weinig meer dan de optelsom van drie gewestelijke plannen. Leegstand wordt door elk bestuursniveau anders geteld. Zelfs het opleidingsverlof bestaat in varianten met elk hun eigen, steeds strengere voorwaarden.
De vergrendeling zit onder meer in de bijzondere financieringswet, die de federale overheid verplicht jaarlijks tachtig miljard euro aan dotaties, automatisch stijgend, door te storten aan de deelstaten en enkel met een bijzondere meerderheid te wijzigen valt. De geschiedenis verklaart telkens hoe het zo gegroeid is, maar rechtvaardigt niet dat we het als modus operandi blijven aanvaarden.
Onder die structuren ligt ons sociaal contract: de stilzwijgende afspraak dat we iets delen wat groter is dan ons eigenbelang. Ook dat contract staat onder druk. De reeks bepleitte een eerlijke afspraak tussen staat en burger, waarin de overheid benoemt wat ze kan garanderen, burgers de eerste uren van een crisis zelf overbruggen en geïnformeerd blijven over wie beslist.
En de reeks toonde hoe onze energieafhankelijkheid datzelfde contract bedreigt: wie met mazout verwarmt en op diesel rijdt, wordt bij elke schok het eerst geraakt. Wie een contract nooit herleest, moet niet verbaasd zijn dat niemand er zich nog aan houdt.
Het moment om dat te herlezen dient zich aan. De reeks deelt één besef: zonder voorbereiding wordt de feestdag van 2030 een vervaldag. Het "meer"-recept van de vorige eeuw is uitgewerkt. Meer studeren was het devies; de reeks pleit voor korter en gerichter leren, met een universeel studieverlof voor wie later terugkeert. Meer mensen leek de remedie tegen vergrijzing; artificiële intelligentie kan die les herschrijven, dus laten we beter meten wat ze met onze welvaart doet.
Meer invoer bracht ooit welvaart; leg de elf miljard aan fossiele subsidies op tafel en help alle energie van eigen bodem vooruit. Meer subsidie betekende zekerheid; verwacht van het middenveld dat het op eigen modellen leert dragen. En meer overheid als antwoord op elk probleem? Keer die reflex om: vraag welke hindernis de overheid zelf kan wegnemen. De opgave van de derde eeuw is kwalitatief: keuzes maken en er de verantwoordelijkheid voor dragen.
Deze reeks heet "België 2030", maar het echte scharnierpunt komt vroeger: juni 2029, de laatste federale verkiezingen vóór ons land tweehonderd wordt. Elk voorstel van deze zomer bestaat in 2030 alleen als het in 2028 in partijprogramma's staat en in 2029 in een regeerakkoord. Die programma's worden nu geschreven in studiediensten en op congressen. Wie in 2030 een verjaardag wil vieren die meer is dan een feest, moet vandaag beginnen.
Blijft de vraag van het openingsstuk: wie willen we zijn wanneer dit land tweehonderd wordt? Het antwoord van deze zomer is nuchter: een land dat scherper kiest en verantwoordelijkheid draagt voor wat het al heeft. De auteurs van deze reeks behoren tot de generatie die de derde eeuw grotendeels zal meemaken en betalen, en hebben dus skin in the game. Lees de voorstellen van deze zomer daarom niet als een klaagzang maar als een uitgestoken hand. Wie we morgen zijn, beslissen we in wat we vandaag doen.