Collegezaal tijdens een lezing — Photo by Juice mit Apfelndrin on Pexels

Korter studeren, sneller werken, later terugkeren

Nog nooit waren we zo hoog opgeleid, en toch lijken hooggeschoolde starters tegenwoordig moeilijker een baan te vinden dan pakweg tien jaar geleden. Ons devies was decennialang “meer studeren”, maar wat als de oplossing net het omgekeerde is?

Van analfabeet tot hypergeschoold

Hoe ziet ons onderwijs van de toekomst eruit? Het antwoord was decennialang steevast “meer”: toegankelijk lager onderwijs drong analfabetisme terug, middelbaar onderwijs vormde goede burgers, en de democratisering van het hoger onderwijs zorgde voor specialisatie op maat van een steeds complexere arbeidsmarkt.

Die democratisering was niet alleen goed voor de economie, maar ook voor onze levensdroom: nog tot de jaren ’80 was een universitair diploma een elitair gegeven: amper 12% van de Belgen was hooggeschoold. Sindsdien zien we bij de 25- tot 34-jarigen een enorme sprong: van 28% hooggeschoolden in 1992 naar 53% in 2025, steeds ruim boven het Europese gemiddelde van 45%. En onze diplomahonger maakt ons hoe langer hoe meer “hyper”geschoold: het aantal doctoraten in Vlaanderen steeg de voorbije 30 jaar met 400%, master-na-master’s met 25% op tien jaar tijd.

Grenzen aan de diplomagroei?

Goed toch? Meer onderwijs betekent meer kennispotentieel voor een hooggespecialiseerde arbeidsmarkt. Toch blijkt uit recente cijfers dat die redenering begint te haperen: het voordeel van een hoger diploma op de arbeidsmarkt lijkt weg te ebben, al is het wellicht nog voorbarig om daar grote conclusies uit te trekken.

Een diploma werkt als sociale lift, dat was altijd zijn kracht. Maar die functie staat onder druk, niet noodzakelijk omdat ons onderwijs ontoegankelijker werd, maar mogelijk omdat onze middenklasse, net dankzij dat onderwijs, intussen zo groot is geworden dat een diploma mensen eerder op hun plek houdt dan omhoog tilt.

Een diploma is geen voldoende, maar een noodzakelijke voorwaarde geworden voor een job, laat staan een goede en interessante job.

Toch leeft de perceptie nog steeds dat een diploma hoger onderwijs een rechtstreeks ticket is naar een comfortabel middenklassebestaan. In werkelijkheid is de logica omgekeerd.

Die kloof tussen verwachting en realiteit is niet alleen een probleem voor onze arbeidsmarkt, maar ook voor onze democratie: wie vier, vijf of zes jaar studeert en dan alsnog van koers moet veranderen, raakt gedesillusioneerd in het systeem zelf.

Korter studeren, sneller werken, later terugkeren

Wat te doen tegen die verwachtingscrisis? Wat als de oplossing niet is om meer te studeren, noch om alleen in te zetten op beroepsgerichte opleidingen, maar wel om minder en gerichter te leren: kort universitaire opleidingen in tot drie jaar (zoals nu al bij professionele bachelors); stuur studenten sneller de arbeidsmarkt op, en geef hen later, wanneer ze zichzelf en die arbeidsmarkt beter kennen, tijd en middelen voor een gerichte vervolgopleiding.

Dat is minder exotisch dan het klinkt: in de Verenigde Staten bestaat het hoger onderwijs al uit een breed vormend bachelordiploma (undergraduate degree) met een specialisatie (major), terwijl een graduate degree voorbehouden blijft voor echt gespecialiseerde beroepen.

Leren moet je doen, terugkeren moet je kunnen

Zo’n omslag vergt ook dat we onze diplomavereisten durven herbekijken. Beroepen als notaris, apotheker, kinesist, leerkracht of architect zijn allen gekoppeld aan diplomavoorwaarden. Er zijn goede redenen voor die strikte eisen, maar veel van die beroepen werden ooit ook zonder die eisen behoorlijk uitgeoefend.

Een eerste stap is om die vereisten te flexibiliseren waar mogelijk: verkort de opleiding tot een bachelor, of vervang ze in bepaalde gevallen volledig door een betaald stagetraject op de werkvloer. Leren gaat soms beter door te doen dan door te studeren.

Wie later alsnog een master of postgraduaat wil volgen, moet daarbij vervolgens ondersteund worden. Initiatieven als het opleidingsverlof, tijdskrediet en opleidingscheques bestaan vandaag al, maar ze zijn versnipperd en hebben elk hun eigen, (steeds) strenge(re) voorwaarden.

Maak in plaats daarvan een universeel studieverlof van één à twee jaar, toegankelijk voor iedereen die een basisopleiding heeft en daarna een minimumaantal jaren werkte. De jongere leeftijd waarop je start met werken, betaalt mee de maatschappelijke kost van dat latere studieverlof terug. Frankrijk en Nederland experimenteren met individuele leerrekeningen die zo’n opgebouwd leerkrediet bieden en kunnen als inspiratie dienen.

Hoe ons onderwijs er in 2030 en daarna moet uitzien, is niet langer “meer onderwijs”. Het is wel: gerichter leren, op maat van het individu én van de samenleving. We hebben decennialang studenten voorbereid op de arbeidsmarkt door ze er zo lang mogelijk van weg te houden. Tijd om dat om te draaien.