Energie-infrastructuur

It's the energy, stupid

België, de bufferstaat die werd opgericht om misnoegde buren uit elkaar te houden, zal in 2030 tweehonderd jaar overleefd hebben. Meer dan overleven: we hebben een land opgebouwd waar we trots op mogen zijn. Toch is een essentieel onderdeel van onze samenleving er de voorbije decennia op achteruitgegaan, en dat bedreigt onze welvaart en ons sociaal contract.

In 1992 versloeg Bill Clinton George Bush met de beroemde oneliner ‘It’s the economy, stupid’. Bloeit de economie, dan bloeit het land. Sputtert ze, dan takelt het land af.

Was Bill Clinton vandaag premier van België, dan had hij met de vuist op tafel kunnen slaan en hameren: ‘It’s the energy, stupid’. Sinds 1990 leunt België almaar zwaarder op olie en gas, en in 2024 voerde het nog altijd 75 procent van zijn energie in. Daarmee zitten we bij de slechtste leerlingen van de Europese klas, in het gezelschap van eilandstaten en landen zonder kust.

Die afhankelijkheid vreet ook aan ons sociaal contract. Gezinnen die bij gebrek aan een alternatief met mazout verwarmen en op diesel rijden, worden bij elke energiecrisis het eerst getroffen. Het is dringend tijd om onze afhankelijkheid weer onder controle te krijgen: minder energie invoeren en veel meer energie produceren in ons vlakke land.

Energie, de hoeksteen van onze welvaart

In België willen we vandaag niet zien dat economie en energie twee kanten van dezelfde medaille zijn. Nochtans is onze energieafhankelijkheid geen fataliteit: ooit was België energieonafhankelijk. De Waalse steenkool, overvloedig en van eigen bodem, stuwde ons land naar de rang van tweede industriële grootmacht ter wereld. Bedwelmd door die rijkdom, maar met slinkende reserves, moesten we op zoek naar een alternatief. Tegen de prijs van een afhankelijkheid van olie bleef België welvarend.

Sinds die beslissende keuze lopen geschiedenis en actualiteit in elkaar over: een aaneenschakeling van crisissen en lapmiddelen, zonder ambitie of energievisie op lange termijn.

De oliecrisissen van de jaren zeventig, de Iraanse revolutie die erop volgde en de bankencrisis van eind jaren 2000 zijn een opeenvolging van gebeurtenissen met verschillende oorzaken maar met hetzelfde resultaat: ze legden onze afhankelijkheid genadeloos bloot. Onlangs, in februari 2022 en 2026, stortten de Russische en de Iraanse oorlog België opnieuw in crisis. Russische tanks en Iraanse drones verwoesten alweer ons vertrouwen in onze bevoorrading en jagen onze energiefacturen drastisch de hoogte in.

De rekensom van de afhankelijkheid is simpel

We voeren drie keer meer energie in dan we zelf produceren. We moeten dus tegelijk de invoer verminderen én de eigen productie opvoeren.

Eerst moeten we minder energie invoeren. Die invoer is bijna uitsluitend fossiel. Elk gebruik van fossiele brandstoffen moet dus tegen het licht worden gehouden. Sommige toepassingen zijn economisch te verantwoorden, energetisch niet. Passen de elf miljard euro aan jaarlijkse subsidies voor fossiele brandstoffen en het systeem van de salariswagens in een ernstige ambitie van energieonafhankelijkheid?

Daarna moeten we de energie die we niet kunnen besparen, zelf produceren. Stop met de debatten over de beste energiebron. Stop met de loopgravenoorlog tussen kernenergie en hernieuwbare energie. Zonder enig onderscheid in technologie moet alle energie van eigen bodem voorrang krijgen. Zon, wind, biomassa, kernenergie en geothermie verdienen stuk voor stuk de steun van de overheid.

Dat engagement van de overheid moet het slot op de ontwikkeling van lokale energie doen springen: de complexe regelgeving. De Europese Commissie heeft België in gebreke gesteld omdat het de bepalingen over eenvoudigere en snellere vergunningen niet heeft omgezet. Infrastructuurprojecten zoals de Boucle du Hainaut en Ventilus slepen al bijna een decennium aan. Als we niet meteen handelen, zullen producenten binnenkort niet meer op het net kunnen aansluiten.

Nostalgie is geen strategie

‘Nostalgie is geen strategie’, zei Mark Carney in Davos. Laten we dus stoppen met terugverlangen naar ingevoerde fossiele brandstoffen en de welvaart die ze ons brachten. Al meer dan een halve eeuw houdt die nostalgie ons gevangen in een eindeloze cyclus van crisissen.

Vandaag hebben we de maatschappelijke wil, de politieke moed en de technologie om onze afhankelijkheid terug te brengen tot een niveau dat ons niet langer bedreigt. Gaan we wachten op de volgende aflevering van een reeks waarvan we de afloop al kennen? Wanneer begrijpen we eindelijk: ‘it’s the energy, stupid’?

In zijn tweede eeuw maakte België zijn welvaart afhankelijk van ingevoerde fossiele brandstoffen. Laten we tonen dat we in de derde eeuw het energieverhaal van dit land kunnen herschrijven om zijn welvaart en zijn sociaal contract veilig te stellen.