donderdag 25 april 2019

Iedereen naar de gevangenis of vooral naar het stemhokje?

Op 19 april 2019 keurde de laatste Commissie Justitie van deze legislatuur op de valreep nog een wetsvoorstel goed waarin wordt voorzien dat alle gevangenisstraffen onder de 3 jaar effectief zullen worden uitgevoerd. Met veel bravoure – en vooral met het vizier op de aankomende verkiezingen – werd door verschillende politici aangekondigd dat een dergelijke maatregel een einde zou stellen aan de ‘jarenlange straffeloosheid’ en zou leiden tot meer begeleiding van gedetineerden en dus lagere recidivecijfers. Daarmee bleek de eerste onuitvoerbare verkiezingsbelofte van deze electorale campagne een feit te zijn: wat op papier mooie woorden lijken, is in de praktijk volkomen onrealistisch en zelfs contraproductief.

Het huidige voorstel: oude wijn in nieuwe zakken

De inhoud van dit recente wetsvoorstel is allerminst revolutionair. Op 17 mei 2006, ondertussen bijna 13 jaar geleden, werd een heel gelijkaardig systeem opgenomen in de Wet externe rechtspositie van veroordeelden. Daarin werd een mechanisme uitgewerkt waarbij, onder toezicht van een strafuitvoeringsrechter, alle korte gevangenisstraffen effectief zouden worden uitgevoerd en waarbij gedetineerden gradueel opnieuw naar de samenleving zouden worden begeleid.

Deze wet is echter al die jaren dode letter gebleven omdat de succesvolle implementatie ervan onmogelijk bleek door de te krappe budgetten voor Justitie en door de problematische overbevolking van de Belgische gevangenissen.

Deze pijnpunten zijn nog steeds prominent aanwezig: wat sinds 2006 al onuitvoerbaar bleek, blijft dat vandaag nog steeds.

Onze gevangenissen barsten nu al uit hun voegen

Het grootste pijnpunt voor de uitvoering van korte gevangenisstraffen is de nu al problematische overbevolking van onze gevangenissen. Uit cijfers die Minister van Justitie Geens op 27 december 2018 publiek maakte, bleek dat het aantal gedetineerden in de Belgische gevangenissen eind 2018 opnieuw was opgelopen tot 10.305. Dit komt neer op een overbevolking van maar liefst 11 procent.

Deze overbevolking is dermate problematisch dat, bijvoorbeeld, een Nederlandse rechtbank in augustus 2017 weigerde om nog gevangenen uit te leveren aan België omwille van de ontspoorde hoeveelheid gedetineerden in onze gevangenissen. In haar rapport van 2018 waarschuwde Amnesty International eveneens voor de erbarmelijke toestand van onze gevangenissen en voor het grote probleem van de overbevolking. Meer nog, begin dit jaar, op 9 januari 2019, werd de Belgische Staat door een Brusselse rechtbank veroordeeld voor de onmenselijke gevolgen van de overbevolking in de Brusselse gevangenissen, onder verbeurte van een dwangsom (bron). Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeelde ons land al verschillende keren om die reden.

Te beweren dat diezelfde gevangenissen nu plots in staat zouden zijn om een massa nieuwe gedetineerden te ontvangen is dan ook simpelweg kiezersbedrog. De voorzichtige prognoses van de FOD Justitie gaan uit van 7.000 extra gedetineerden (bron). In de mate dat het al fysiek mogelijk zou zijn om al deze personen onder te brengen in onze gevangenissen, kan dit enkel resulteren in een explosie aan mensenrechtenschendingen, stakingen van het gevangenispersoneel en veroordelingen van de Belgische Staat.

Minister Geens werd afgelopen week op Radio 1 geconfronteerd met deze onvermijdelijke conclusie. Hij gaf aan te ‘hopen’ dat het aantal gedetineerden zou dalen doordat rechters spaarzamer zouden omgaan met het mechanisme van de voorlopige hechtenis – het tijdelijk gevangenzetten van personen die verdacht worden van een misdrijf. Momenteel gaat dit om 40 procent van de gevangenispopulatie. Dit cijfer naar beneden willen halen is een bewonderenswaardige hoop, maar vermoedelijk is ze ijdel: hoewel de wetgever deze boodschap al sinds de jaren 1990 stelselmatig meegeeft aan de rechterlijke macht, blijft het percentage van voorlopig gedetineerden alleen maar stijgen.

Een nieuw wetgevend kader met nog strakkere termijnen

Een opmerkelijke nieuwigheid in het wetsvoorstel van 19 april is het inkorten van de termijnen waaraan de actoren betrokken bij de strafuitvoering van kortgestraften moeten voldoen. Zo kreeg een gevangenisdirecteur onder het oude systeem nog 4 maanden om een advies te formuleren omtrent de voorwaardelijke invrijheidstelling van een gedetineerde met het oog op de verwijdering van het grondgebied. Vandaag wordt die termijn teruggeschroefd naar één maand.

Het versnellen van de strafuitvoeringsprocedure kan op zichzelf alleen maar aangemoedigd worden - op voorwaarde dat dit gepaard gaat met een kwaliteitsvolle opvolging. En net daar wringt het schoentje. De betrokken instanties hebben namelijk nu al enorme moeilijkheden om het grote volume aan strafuitvoeringen te verwerken. Zo liep de wachttermijn om een enkelbandje aangemeten te krijgen het afgelopen jaar in Oost-Vlaanderen op tot minstens 10 maanden. Ook de psychosociale diensten van de gevangenissen, die gedetineerden moeten begeleiden naar hun re-integratie in de maatschappij, kampen met maandenlange achterstanden en hebben vaak slechts heel kort de tijd om te spreken met de gevangenen die hen worden toegewezen.

Het antwoord van Minister Geens dat er dan maar een groter budget moet worden uitgetrokken door de volgende regering om voor deze strafuitvoeringsrechtbanken bijkomend personeel aan te werven is niet alleen erg gemakkelijk maar ook ruimschoots onvoldoende (bron). Het aanwerven van een aantal extra rechters zal namelijk niet volstaan om de drastische verhoging van de werklast op te vangen die heel het systeem van de strafuitvoering zal treffen: de gevangenissen, psychosociale diensten en alle andere instanties die gevangenen helpen bij hun re-integratie in de maatschappij schreeuwen al jaren om versterking.

Al deze elementen lijken erop te wijzen dat het recente wetsvoorstel eerder een verkiezingsmanoeuvre is dan een realistische oplossing. De intentie om in te zetten op meer begeleiding en minder recidive is lovenswaardig, de manier waarop men dat wil doen heel wat minder. Zoals recent nog aangekaart in dit rapport van de Vrijdaggroep is het inzetten op meer repressie volkomen contraproductief om recidivecijfers – en dus het aantal gedetineerden – terug te dringen. Enkel een focus op een strafuitvoering op mensenmaat en een aangepaste reclassering kan een succesvol antwoord bieden. Misschien is dat stof voor een inhoudelijk correct verkiezingsprogramma?

Johan Heymans is een advocaat gespecialiseerd in mensenrechten en strafrecht. Hij is vennoot bij het advocatenkantoor Van Steenbrugge Advocaten en lid van de jongerendenktank de Vrijdaggroep.