Belangrijkste stappen in het parcours van Adnan in België,
problemen en voorstellen voor oplossingen

1
Aankomst in België en preregistratie (4 dagen)

Adnan komt in België aan na zijn barre zwerftocht. Hij weet niet waar hij heen moet. Andere Syriërs raden hem aan om naar de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) te gaan om zich te registreren als asielzoeker. Bij de DVZ wordt hij 'gepreregistreerd' door hem een nummer te geven, zijn foto en vingerafdrukken te nemen. Een informatiecentrum van een vereniging raadt hem aan de nacht door te brengen bij Samusocial.

Problemen
  • Er bestaat geen uniek opvangloket ingericht door de overheid om nieuwkomers als Adnan op te vangen, te informeren en bij te staan.
  • Ondanks de preregistratie is de migrant nog niet erkend als asielzoeker en beschikt hij over geen enkel recht op het grondgebied, in het bijzonder het recht op een opvangplaats. De pre-opvangstructuren zoals WTC2 en 3 zijn niet structureel, zodat de nieuwkomers geen slaapplaats kunnen vinden.
Oplossingen
  • Overheid
  • Burgers
  • Een uniek loket openen voor opvang en structurele informatie, zich inspirerend op initiatieven als Startpunt, georganiseerd door Vluchtelingenwerk.
  • De asielzoeker erkennen vanaf de preregistratie, om hem een minimumopvang te kunnen aanbieden, bijvoorbeeld via de ‘bu erplaatsen’ in de structurele opvang- centra van Fedasil.
2
Registratie als asielzoeker (1 dag tot meerdere weken)

Na drie dagen wachten, kan Adnan zich eindelijk registreren als asielzoeker bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Hij wordt kort ondervraagd om zijn parcours te begrijpen en zijn aanvraag te beoordelen. Hij ontvangt vervolgens een document dat hem het statuut van asielzoeker verleent en het recht om te verblijven in een openbaar opvangcentrum. Zonder hem te raadplegen, wordt hem meegedeeld dat hij zal worden opgevolgd in het Frans, maar met een tolk die Arabisch spreekt.

4Dit document is Bijlage 26. Als de DVZ beslist dat België niet het eerste land van opvang of preopvang is, vraagt men aan het eerste opvangland om hem terug te nemen – Adnan ontvangt dan de Bijlage 26 Quater en krijgt een Dublin-procedure; deze kan 8 maanden tot 1 jaar duren en moet bepalen of hij in een gesloten centrum moet worden geplaatst in afwachting van zijn uitwijzing naar zijn eerste opvangland of of hij asielzoeker wordt in België.

Problemen
  • De registratie-aanvragen variëren sterk op slechts enkele maanden tijd (in een verhouding van 1 op 4)5, de DVZ kan haar registratiecapaciteit dus moeilijk aanpassen bij een grotere toestroom.
  • De registratieprocedure vereist soms verschillende bezoeken, waardoor de asielzoeker verplicht is zich telkens opnieuw aan te melden – wat meerdere weken in beslag kan nemen.
  • De asielzoeker mag niet vergezeld worden door een advocaat tijdens het zogenaamde ‘Dublin-verhoor’, om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag, terwijl het vaak om complexe zaken gaat.
Oplossingen
  • Overheid
  • Burgers

De flexibiliteit van het aantal personeelsleden op de Dienst Vreemdelingenzaken moet toenemen, bijvoorbeeld door vrijwillige ‘reservebeambten’ op te leiden die steun kunnen bieden en door openingsdagen te voorzien in het weekend wanneer dat nodig is, zoals in andere Europese landen wordt gedaan.

Aanzetten tot een hergroepering6 en vereenvoudiging van de registratieprocedure.

Betere informatie verstrekken aan wie informeert naar gespecialiseerde advocatenkantoren en deze advocaten toelaten om de Dublin-verhoren bij te wonen.

5Zo waren er in 2015 bijvoorbeeld 1.313 aanvragen (eerste en meervoudige aanvragen) in januari en 5.512 in september.

6Wij verstaan hieronder een hergroepering van de registratie bij de DVZ en van de vragenlijst die de DVZ moet invullen voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) (zie stap 4).

3
Verblijf in een opvangcentrum (4 tot 8 maanden)

Adnan moet zich nu registreren op het kantoor van het Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil). Hij ondergaat een medisch onderzoek, waarna Fedasil hem op een willekeurige manier een plaats toewijst in een nieuw centrum in de provincie Luxemburg.

Hij gaat ernaartoe en verblijft er meerdere maanden, in afwachting van zijn gesprek met het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). De omstandigheden in het centrum zijn soms moeilijk, omdat hij zijn slaapzaal deelt met verschillende andere asielzoekers. Om hem te helpen bij het begrijpen van de procedure en de status van zijn dossier, wordt Adnan ondersteund door een sociaal assistent(e) die helaas veel te veel werk heeft. Hij kan ook taalcursussen volgen. De eerste 4 maanden mag hij niet werken, hij heeft niet veel geld om het centrum te verlaten (hij krijgt 7 euro per week) en er zijn zo weinig activiteiten dat Adnan soms ruzies ziet uitbarsten.

Problemen
  • De omstandigheden kunnen moeilijk zijn in de centra die niet rechtstreeks door Fedasil worden beheerd, in het bijzonder de noodopvangcentra die recent werden geopend en die geen of weinig ervaring hebben met de opvang van asielzoekers7.
  • De bijstand is vaak minder dan optimaal, omdat de sociale assistenten en tolken veel te veel werk hebben door de enorme toename aan dossiers (de normen voorzien ongeveer 40 dossiers voor de assistenten).
  • Het gebrek aan bezigheden leidt tot spanningen, en activiteiten buiten het centrum liggen financieel buiten bereik. De asielzoekers hebben geen geld en zitten ‘vast’ in het centrum waar gemeenschapsdiensten worden betaald ten belope van 1 euro/uur.
  • De taalcursussen worden niet systematisch gegeven in alle opvangcentra – dit behoort niet tot de missie van Fedasil.
Oplossingen
  • Privé
  • Overheid
  • Burgers

De normen voor het verblijf in de niet-structurele centra harmoniseren, in het bijzonder voor de centra die recent openden en de auditfrequentie voor deze centra gevoelig optrekken; de omzetting van het opvangpark in individuele opvangstructuren8 bevorderen, de bewoners toelaten om zich collectief uit te drukken via een bewonersraad.

De begeleiding en integratiehulp voor de asielzoekers verbeteren, bijvoorbeeld:

  • De toegang tot taalcursussen verbreden en systematischer toepassen en de structuur ervan herbekijken om ze onmiddellijk nuttig te maken binnen de asielprocedure en het toekomstige professionele traject;
  • De ontwikkeling of afwerking subsidiëren van onlineportalen die men kan raadplegen via smartphone en die algemene informatie verstrekken over de asielprocedure, met taallessen/een vertaaltool en integratieadvies (zoals de app 'Ankommen' in Duitsland9);

Naar het voorbeeld van Nederland: het formaliseren als een openbare missie en het aanmoedigen van:

  • informele uitwisselingen van het type mentoraat/sportactiviteiten met lokale vrijwilligers en de bewoners van de centra om een culturele, taal- en sportieve uitwisseling toe te laten (zoals de initiatieven Singa Langue et Culture of Singa Sports in Frankrijk);
  • de tussenkomst van externe verenigingen in de centra om de sociale begeleiding aan te vullen waar nodig en om opleidingsateliers en ludieke activiteiten in te richten;
  • Een platform voor tewerkstelling steunen of uitrollen (‘Workeer’ in Duitsland), zodat de bewoners van de centra op de hoogte zijn van de werkaanbiedingen in lokale ondernemingen zodra ze een werkvergunning hebben.
  • De financiële tussenkomst voor geleverde gemeenschapsdiensten optrekken naar het niveau van het minimumuurloon.

7Het merendeel van de centra beantwoordt aan of overstijgt de internationale normen en voorziet meerdere diensten. In bepaalde centra die niet rechtstreeks worden beheerd door Fedasil worden echter verschillende etnische groepen en nationaliteiten, alsook volwassenen en minderjarigen (MENA), samen ondergebracht in dezelfde slaapzaal, wat leidt tot spanningen tussen de gemeenschappen en precaire situaties voor kwetsbare minderjarigen. Het gebeurt dat de oproepen voor de opvolging van het dossier niet aankomen, dat de sociale opvolging niet wordt uitgevoerd, dat de contacten met advocaten moeilijk verlopen en dat de basisdienstverlening (voeding en opvang) niet volledig verzekerd worden.

8De individuele structuren zijn ‘unifamiliale’ units voor een gezin of individu (appartement, klein huis) die de asielzoeker toelaten om binnen de lokale gemeenschap te leven en ermee in contact te staan om zo zijn integratie te bevorderen. De app 'Ankommen' werd in Duitsland gelanceerd door de overheid en biedt basistaalcursussen, informatie over de asielprocedure, advies voor het vinden van werk/een beroepsopleiding, informatie over de sociale waarden en normen van het land en fora

9L’application 'Ankommen' en Allemagne, lancée par les autorités, offre des cours de langues basiques, des informations sur la procédure d'asile, des conseils pour trouver un travail/une formation professionnalisant, des informations sur les valeurs et normes sociales du pays et des forums.

4
Gesprek met het CGVS gedurende het verblijf (1 dag tot meerdere maanden)

Nog steeds in het centrum ontvangt Adnan na 4 maanden een oproep voor zijn gesprek bij het CGVS om 8.30 u ’s ochtends in Brussel. Hij vertrekt de dag ervoor ’s avonds en slaapt op straat om er op tijd te zijn. Adnan wordt gedurende 4 uur ondervraagd, door een tolk die hij niet kent, over zijn herkomst en zijn parcours, om na te gaan of hij in aanmerking komt voor het vluchtelingenstatuut of subsidiaire bescherming. Wanneer het gesprek gedaan is, vertrekt hij opnieuw met de trein richting centrum. Zijn verklaring wordt door het CGVS als onvolledig beschouwd om een beslissing te kunnen nemen en hij wordt via een schrijven opnieuw opgeroepen voor een bijkomend verhoor drie weken later.

Problemen
  • Duur van de dossiers: de tijd die verstrijkt tussen de registratie bij de Dienst Vreemdelingenzaken en de oproep van het CGVS varieert van 3 maanden tot meerdere jaren naargelang het dossier, onder meer door de grote achterstand (6.800 dossiers in december 2015).
  • Beheer van de oproepen: voor het uur waarop de asielzoeker aanwezig moet zijn voor het verhoor, wordt geen rekening gehouden met de afstand tussen het asielcentrum en het CGVS, de verhoren beginnen met vertraging wegens dubbele afspraken. De asielzoeker vindt geen opvangplaats om de nacht door te brengen.
  • Er is een groot verloop bij de beambten die de verhoren uitvoeren, waardoor de expertise binnen het Commissariaat-Generaal verbrokkelt.
Oplossingen
  • Overheid

Het beheer van de dossiers van het CGVS verbeteren door een beperkte termijn te bepalen tussen het eerste en het tweede verhoor en door het beheer van de planning van de verhoren te optimaliseren.

Een ‘task force’ samenstellen om de structurele achterstand van de dossiers definitief op te vangen.

De asielzoekers informeren en hen toestaan om te logeren in de bestaande opvangcentra wanneer ze de nacht moeten doorbrengen in Brussel voor een verhoor.

Gepaste procedures invoeren voor personeelsbeheer bij het CGVS om overbelasting te voorkomen en om de vertrekken bij het CGVS tijdig op te vangen.

5
Beslissing van het CGVS (1 tot meerdere maanden)

Drie maanden na zijn tweede onderhoud ontvangt Adnan een brief met de mededeling van het CGVS: hij heeft het statuut van subsidiaire bescherming gekregen en een tijdelijke verblijfsvergunning. Adnan is nu gerust. Hij vraagt aan de sociaal assistent van het centrum wat hij nu best doet. Hij gaat zijn verblijfsvergunning afhalen bij de gemeente, wat tijd vraagt omdat Adnan zich nog niet goed kan uitdrukken in het Frans. Hij moet ook verplicht een gratis inburgeringscursus volgen om hem te helpen de basiskennis over de werking van de Belgische maatschappij te verwerven. Dat helpt goed.

Problemen
  • De termijn van maximum 3 maanden tussen het laatste verhoor bij het CGVS en de beslissing wordt niet gerespecteerd, wat leidt tot soms lange termijnen.
  • Als de beslissing van het CGVS negatief is (weigering van het vluchtelingenstatuut of van de subsidiaire bescherming), dient de asielzoeker vaak een beroep in voor een ad-hocrechtbank: met een Franstalige (de CCE) en Nederlandstalige kamer (de RVV)10. De eindbeslissing varieert, naargelang de taalrol.
  • Welke beslissing er ook genomen wordt, deze procedure kan lang aanslepen door de opgestapelde werklast van deze rechtbank en een gebrek aan overleg, coördinatie en uitwisseling van niet-gevoelige informatie (algemene informatie over het land, gegevens, fiches) tussen het CGVS en deze instanties.
  • De taallessen, de belangrijkste integratiebarrière, zijn niet verplicht binnen het integratieparcours in Wallonië11.
Oplossingen
  • Overheid

Zich houden aan de voorziene termijn van maximum 3 maanden om tot een beslissing te komen.

Een striktere definiëring van de interpretatie van het beroep, om grote variaties te vermijden in de uitspraken naargelang de taalrol.

Vertegenwoordigers van het CGVS en van de CCE/RVV aanzetten om efficiëntere coördinatiemechanismen overeen te komen, om dossierinformatie uit te wisselen en het nodige krediet te geven als de verstrekte informatie niet tegenstrijdig is.

De taallessen verplicht maken binnen het integratieparcours in Wallonië en Brussel en ze aanpassen aan de onmiddellijke behoeften.

10De 'Conseil du Contentieux des Etrangers' voor de Franstaligen; de ‘Raad voor Vreemdelingenbetwistingen’ voor de Nederlandstaligen.

11De taalopleiding maakt deel uit van de tweede, niet verplichte fase van het integratieparcours in Wallonië.

6
Start van het leven in België

Adnan is ongerust: nadat hij de gunstige uitspraak heeft ontvangen van het CGVS, liet het centrum hem weten dat hij twee maanden heeft om het te verlaten en een privéwoning te vinden. Hij is verplicht langer in het centrum te blijven dan toegestaan, omdat hij er niet in slaagt om een verblijfplaats te vinden: hij beheerst de Franse taal nog niet voldoende, heeft geen spaargeld om een huurwaarborg te betalen en begrijpt de te ondernemen stappen niet.

Hij wordt ingelicht over het OCMW, maar dat ontvangt hem niet zolang hij niet in de gemeente woonachtig is. Hij aanvaardt een precair, tijdelijk logement bij kennissen in ruil voor diensten. Een nieuw leven in België uitbouwen, is moeilijk: hij begrijpt de basis van het Belgische dagelijkse leven niet en hij moet zijn plan trekken met slecht betaalde baantjes in de informele economie.

Problemen
  • Er bestaat een juridische leemte in de begeleiding bij het zoeken van een verblijfplaats: buiten enkele bestaande hulpstructuren kunnen de vluchtelingen noch een beroep doen op de begeleider van het centrum omdat hij het verlaat, noch genieten van ondersteuning door het OCMW, omdat hij nog niet gedomicilieerd is. De omstandigheden waarin hij een onderkomen moet vinden, zorgen ervoor dat de toegang tot een woning quasi onmogelijk is. Hierdoor verblijven de vluchtelingen langer in de centra ondanks de druk van deze laatste om ze te verlaten.
  • De opname in de arbeidsmarkt wordt bemoeilijkt: buitenlandse diploma’s worden niet makkelijk erkend door België zonder bewijs en dit bewijs wordt meestal traag of helemaal niet doorgegeven vanuit het land van herkomst. Ondernemingen leggen strenge criteria op wat vluchtelingen betreft of vereisen dat de werknemer tweetalig Nederlands-Frans is of houder van een Europees diploma, terwijl dat voor de uit te voeren arbeid niet nodig is.
  • Er bestaan weinig gesubsidieerde sociale en maatschappelijke integratieprogramma’s buiten het integratieparcours; terwijl sociale banden smeden binnen de Belgische maatschappij net toelaat om de taal te oefenen en sneller werk te vinden.
Oplossingen
  • Privé
  • Overheid
  • Burgers

De overgang van statuut van asielzoeker naar dat van erkend vluchteling vergemakkelijken via de publicatie, op te nemen in onder meer het integratieparcours, van een ‘get started kit’ in meerdere talen waarin de eerste administratieve stappen en belangrijkste hulpmiddelen worden toegelicht.

De zoektocht naar een woonplaats voor de vluchteling vergemakkelijken door het institutionaliseren en subsidiëren van hulpfondsen voor de huurwaarborg en door de OCMW’s uit te nodigen om te helpen bij de zoektocht en toegang tot woonplaatsen, ook al woont de vluchteling nog niet in de gemeente; het opvangplan in de gemeentes formaliseren en zorgen voor een sociale omkadering door het OCMW bij de opvang.

Het financieel duurzaam maken van een burgerplatform dat ontmoetingen organiseert tussen vluchtelingen en burgers die graag onderdak willen aanbieden en dat deze burgers zou kunnen informeren (zoals het initiatief ‘Refugees welcome’, de onlineplatformen die worden ontwikkeld door verenigingen of de huisvestingscampagne van Caritas International).

Het oprichten of uitbreiden van een gesuperviseerd opvangnetwerk dat een tijdelijke opname in de maatschappij toelaat (maximum 6 maanden) voor vluchtelingen met een slechte verblijfplaats of zonder vast adres (zoals het initiatief CALM of ‘Comme A La Maison’ in Frankrijk); een weerwoord bieden op het initiatief gastvrijegemeente.be en Pleegzorg Vlaanderen in Wallonië en Brussel, voor de oprichting van een netwerk opvanggezinnen en begeleiding binnen de gemeentes.

Via het VBO en de VDAB de ondernemingen bewustmaken rond tewerkstelling voor vluchtelingen, volledige informatie geven over de mogelijkheden voor jobs/ een mentoraat voor de vluchtelingen, en platformen uitrollen zoals hiapp.be van VDAB om de vluchtelingen in contact te brengen met de werkgevers en de burgers.

De criteria en vereisten herbekijken voor de erkenning van de diploma's van vluchtelingen, rekening houdend met de situatie in het land van herkomst en de moeilijkheid om de vereiste bewijsstukken in handen te krijgen.