zaterdag 16 maart 2019

Klimaat: een minimale dienstverlening zal niet volstaan

Je hebt De Wever en De Wever. De eerste is de voorzitter van de grootste partij van het land en besloot bij het nieuwjaarsdiner om nog maar eens de institutionele messen te slijpen waarmee de essentie uit de Belgische staat kan worden gesneden. De tweede is de jonge activiste achter de klimaatbetogingen die sinds 10 januari elke donderdag massa’s scholieren op de been brengen. De beweging die in Vlaanderen ontstond, kreeg al snel navolging in alle regio’s en overal klinkt het ordewoord: “Willen we een toekomst, dan moeten we de planeet redden.”

Het verschil tussen het discours van de twee De Wevers toont welke diepe kloof er gaapt tussen de prioriteiten van de leiders en de verzuchtingen van de burgers in dit land.

Eendracht maakt macht

De klimaatbetogingen waarin Belgische jongeren de voorbije weken meeliepen, halen het nationale devies op een schitterende manier van onder het stof. Broeikasgassen en milieuverloedering stoppen niet aan de gewestgrenzen en dus moeten we meer dan ooit de krachten bundelen. Het confederalistische discours van de oude garde verdwijnt in het niets naast de enorme uitdagingen die we het hoofd moeten bieden. Toen ik vernam dat onze vier milieuministers de conferentie van Katowice over klimaatverandering hadden bijgewoond, was ik er niet trots op Belg te zijn. En dan heb ik het nog niet eens over het standpunt dat ze innamen.

De ecologische uitdagingen stoppen ook niet bij de landsgrenzen. Hoeveel België ook vervuilt per hoofd van de bevolking, de inspanningen die ons kleine landje levert, zullen natuurlijk niet volstaan om een halt toe te roepen aan de processen die de klimaatopwarming op gang heeft gebracht. Toch moet België als rijk, geïndustrialiseerd land van het eerste uur zijn verantwoordelijkheid nemen. Meer aandacht voor de bescherming van de ecosystemen, de kwaliteit van de landbouwproductie en de luchtkwaliteit komt de bevolking overigens rechtstreeks ten goede, ook al stellen de uitdagingen zich wereldwijd. Tot slot mag niet worden onderschat hoeveel sympathie de betogingen van de voorbije weken hebben losgeweekt. Onze jongeren werden in de hele wereld door de media als helden opgevoerd en vorige donderdag was ik wel weer trots Belg te zijn.

Nieuw paradigma

Met technische vooruitgang alleen gaan we het niet redden: de vorderingen op het vlak van ‘schone’ technologieën zijn beperkt en de gerealiseerde opbrengst dreigt te worden geherinvesteerd ten koste van de aanvankelijk geboekte milieuwinst.

Daarnaast mogen we niet rekenen op de dagelijkse vastberadenheid van mannen en vrouwen die onze manier van leven willen of kunnen doen evolueren. Evenmin kunnen we blijven hameren op de ecologische responsabilisering van de individuele burger.

Het is voor niemand een geheim: om de milieucrisis op te lossen, is een hervorming van het volledige systeem nodig. Onze productie-, consumptie- en vervoerswijzen moeten grondig worden herzien en bijgestuurd, zodat ze binnen een nieuwe logica passen die milieubescherming tot de voornaamste prioriteiten rekent.

In die zin moet het paradigma van de kwantitatieve economische groei plaats maken voor een nieuw model van maatschappelijke ontwikkeling dat duurzaam welzijn en inclusie centraal stelt. Maar laat ons duidelijk zijn: dit alles vereist delicate keuzes, grote toegevingen en moeizame afwegingen.

Het goede nieuws is dat we collectief rijk zijn en de luxe hebben om onszelf een kwalitatievere en milieuvriendelijkere samenleving cadeau te doen. De rijkdom die in België jaarlijks wordt gegenereerd, bedraagt meer dan 400 miljard euro – 35.000 euro per inwoner – en het financieel nettovermogen van de gezinnen steeg begin 2018 tot meer dan 1.050 miljard euro. We kunnen het ons veroorloven om een openbaar vervoer te financieren dat uitgebreider, veiliger, betrouwbaarder, sneller en comfortabeler is. We beschikken ook over de middelen om zonder pesticiden te produceren zodat onze groenten en ons fruit gezonder worden, om in een fietspadennet in onze steden te investeren en om de productie van hernieuwbare energie sterk aan te moedigen.

En er is nog meer goed nieuws. Bepaalde oplossingen liggen al binnen handbereik of, beter gezegd, binnen het beslissingsbereik van onze beleidsmensen. Denken we bijvoorbeeld aan de afschaffing van het systeem van de bedrijfsvoertuigen, de invoering van een btw-heffing op vliegtuigreizen of een verbod op plastic verpakkingen en chemische inputs in de industriële landbouw.

Sterk politiek signaal

Hoewel verscheidene maatregelen op korte of middellange termijn kunnen worden uitgevoerd, vereisen andere helaas maanden of zelfs jaren. Dit geldt in het bijzonder voor de ontwikkeling van de vervoers- en energieproductie- infrastructuur. Er is overigens dringend nood aan een allesomvattend, coherent nationaal plan waarvoor alle actoren worden gemobiliseerd. Dit zal bepalend zijn voor het succes van de omschakeling en de billijke verdeling van de bijbehorende kosten. Zo’n plan opstellen en implementeren kan niet van vandaag op morgen. Het is één voor twaalf en de uitdagingen zijn immens. We moeten dus meteen vol aan de bak!

Vandaag komt de groene generatie op straat. Morgen trekt ze ook naar de stembus. Het lijdt geen twijfel dat beleidsmensen die nu geen vinger uitsteken om de planeet te redden, er dan evenmin in zullen slagen om het vege lijf te redden. Tijdens de voorbije legislatuur toonde de federale regering zich een fervent voorstander van de ‘minimale dienstverlening’ in de gevangenissen en bij de NMBS. Hoeft het nog gezegd dat de burgers in het dossier van de klimaat- en milieuproblematiek geen genoegen zullen nemen met zo’n minimale dienstverlening?

Naïm Cordemans is econoom en lid van de Vrijdaggroep.