vrijdag 19 juni 2015

De grote leegloop

Buitenlandse investeringen zijn als een spiegelpaleis. Niets is wat het lijkt. Toch gaat het ook in ons land om honderden miljarden Euro’s en brengen overheden op tal van manieren offers om buitenlandse investeerders toch maar over de streep te trekken. Met dit rapport wil Jonathan Holslag een pleidooi leveren voor een evenwichtiger investeringsbeleid.

"Buitenlandse investeringen zijn als een spiegelpaleis. Niets is wat het lijkt."
— Jonathan Holslag, rapporteur van de "De Grote Leegloop"

Weldra vertrekt de Koning met een grote delegatie zakenmensen naar China. Vraag bij zo’n bezoeken is steevast hoeveel buitenlandse investeringen zo’n delegatie mee terug naar België brengt. Dit rapport "De Grote Leegloop dringt echter aan op een grondige bezinning over de impact van directe buitenlandse investeringen.

Download rapport (NL)
Download rapport (FR)
Download rapport (EN)
(rechtermuisklik > opslaan als)


Sleutelboodschappen van "De Grote Leegloop"

  1. In vergelijking met onze buurlanden doet België het nog steeds slecht voor wat betreft het aantrekken van buitenlandse investeringen en de Eurocrisis heeft ons duidelijk harder geraakt. Nergens in vergelijkbare landen was de desinvestering zo groot. Tussen 2008 en 2013 stroomden er netto voor goed 124 miljard Euro aan buitenlandse investeringen weg uit ons land.
  2. Het aantal nieuwe bijkomende buitenlandse investeringen blijft nog steeds te klein om de verliezen in buitenlandse investeringen op te vangen. Er stroomt meer buitenlands kapitaal  buiten dan binnen.
  3. Tezelfdertijd halen Belgische bedrijven veel minder geld in het buitenland op dan dat buitenlandse bedrijven investeringsinkomsten uit België halen. Tussen 2003 en 2013 kostte ons dat netto 7 miljard Euro per jaar, vooral aan onze buurlanden en vooral in de banken, de maakindustrie en de energie. België wordt als het ware de melkkoe van zijn buurlanden en dit is symptomatisch voor de van de Belgische economie.
  4. De negatieve balans van investeringsinkomsten geeft ook aan dat we een falend binnenlands economisch beleid niet mogen compenseren door aan te hollen achter buitenlands kapitaal. De rekening zou op termijn formidabel kunnen worden, ja zelfs leiden tot  de verarming van onze samenleving, zeker als die investeringen niet gepaard gaan met een positieve transfer van technologie en productiviteitswinst.
  5. We lopen risico op een neerwaartse spiraal, waarbij een verzwakkende economie onze overheid nog meer zal aanmoedigen om een beleid op maat van buitenlandse investeerders te voeren, waardoor onze eigen sterktes nog minder dreigen te worden ondersteund.

Een eerste vaststelling is dat we met de huidige cijfergegevens erg moeilijk kunnen meten hoe goed ons land het doet in het aantrekken van dat investeringen dat onze economie ook werkelijk verstevigt. Vele buitenlandse investeringen zijn vluchtig.

Zelfs de zogenoemde directe investeringen, waarvan we verwachten dat ze een positieve impact hebben op onze reële economie, zijn niet zo sterk in de economie verankerd en ze gaan vaak even snel als ze komen. Dat geldt in het bijzonder voor directe buitenlandse investeringen in holdings en hoofdkantoren, maar ook, zo blijkt, in de farmaceutische sector.

De vraag wordt dan vooral waarop overheden zich baseren voor het toekennen van allerlei gunsten en fiscale voordelen. Een buitenlandse investeerder kan bijvoorbeeld tien miljoen aan investeringen rapporteren, zelfs wanneer daarvan slechts vijf miljoen wordt geïnvesteerd in productie en jobs, en vijf miljoen als financiële reserve.

Buitenlandse investeringen zijn als een spiegelpaleis. Niets is wat het lijkt.

We stellen ons ook de vraag of we het aantrekken van buitenlandse investeringen ook moeten verheffen tot een doel op zich. Buitenlandse investeringen zijn pas nuttig als ze de economie versterken, als ze vergezeld gaan van knowhow of toegang tot exportmarkten. Vaak zijn ook die baten niet zo duidelijk.

Te grote afhankelijkheid van directe buitenlandse investeerders heeft een prijs. Op buitenlands kapitaal betalen we rente en buitenlandse bedrijven storten een deel van hun inkomsten vaak terug naar de hoofdzetel. Kortom: buitenlandse investeerders mogen geen surrogaat woorden voor goed economisch beleid en daarbij zullen we onze eigen financiële middelen strategischer moeten inzetten.

Het rapport is dus een pleidooi voor transparantie en een kritische houding ten aan zien van buitenlandse investeringen. Als we het vanuit een economische strategie dan toch nuttig achten om bepaalde investeringen aan te trekken, dan zullen we dat moeten doen door efficiënte samenwerking tussen de regio’s. Zeker in een zeer competitieve internationale context, lijkt ons samenwerking tussen de gewesten in een gezamenlijk investeringsagentschap aangewezen.

Meer informatie
Jonathan Holslag – Professor internationale politiek aan de VUB en lid van de vrijdaggroep
Email: jholslag@vub.ac.be

Methodologische noot:
Belangrijke noot over het bronnenmateriaal en de berekeningen: Tot slot een noot over de bronnen, de achilleshiel in alle onderzoek over buitenlandse investeringen. Er was binnen de groep erg veel discussie over dit rapport. Dat had te maken met het feit dat er nauwelijks betrouwbare cijfers beschikbaar zijn. Wij zijn vertrokken van de cijfers van Eurostat. De eigen nationale bank stelt geen gedetailleerde cijfers ter beschikking via een eigen databank, maar het leek weinig waarschijnlijk dat België aan Eurostat  cijfers zou rapporteren die een aantal grote, negatieve trends weergeven, als die trend zich niet zou hebben voorgedaan. Het feit dat de fenomenale desinvestering zich precies voordeed in de sector van holdings en hoofdkantoren, hoeft trouwens niet eens te verrassen.

De Eurostat-cijfers kwamen overigens grotendeels overeen met die van de OESO.  De handleiding van Eurostat zelf garandeert voor deze cijfers "a high level of overall accuracy" en "rigorous validation in order to ensure their corectness" (Eurostat 2013). Recent onderzoek over de FDI methodologie kwam tot de conclusie dat Eurostat "provides us with a good coverage of European FDI" (Goel, Guimbard, Laborde). We zagen deze cijfers overigens ook gehanteerd worden in soortgelijk onderzoek door gespecialiseerde organisaties (Better 2014, CBS 2014, Centraal Planbureau 2012).

Als de cijfers in de databank echt niet zouden kloppen, dan vormt dat een minstens even groot probleem. Meten is weten en kennis is nodig om goede beslissingen te nemen.

Verder was er ook discussie of we deposito’s en portfolio-investeringen zouden opnemen als buitenlandse investering. Technisch is daar weinig tegenin te brengen omdat ze deel uit maken van de zogenoemde functionele categorieën van het IMF (IMF 2009), die op hun beurt gebruikt worden voor het becijferen van de kapitaalrekening op de betalingsbalans. Praktisch blijft het natuurlijk zo dat elke vorm van financieel vermogen die vanuit het buitenland naar ons land wordt gesluisd, doorgaans arriveert met de idee om te renderen en via de financiële instellingen onrechtstreeks een impact kan hebben op de beschikbare middelen voor investeringen door Belgische gezinnen, bedrijven, overheden.

We gebruiken deze cijfers niet om de exacte impact in bepaalde sectoren te berekenen. In alle eerlijkheid: er zijn gewoon niet voldoende volledige en betrouwbare gegevens om dat te doen. Het gaat ons erom de grote trends te becijferen en het belang van transparantie te onderstrepen. Daarvoor zijn de cijfers, tenzij ons land ernstige fouten maakte bij de rapportering bij Eurostat, voldoende.

Een laatste opmerking betreft de definitie van de directe investeringen. In 2009 zijn de definities aangepast naar nieuwe OECD-richtlijnen (OECD 2008), maar die wijziging was minimaal. In tegenstelling tot de holdings en de hoofdkantoren was er in de meeste andere sectoren ook geen al te grote verandering en als er al een verandering was, dan bleef die ook tussen 2010 en 2012 negatief.

Bronnen
Better, Stefan, 2014. Recent trends in FDI activity in Europe. Frankfurt: Deutsche Bank. CBS, 2014. Nederland in Europese top economische internationalisering. Den Haag: CBS. Centraal Planbureau, 2012. Inkomende Directe Investeringen en Economische Prestaties. Den Haag: Centraal Planbureau. Eurostat, 2013. European Union direct investments (bop_fdi): Reference Metadata in Euro SDMX Metadata Structure (ESMS). Luxembourg: Eurostat.
Gouel, Christophe, Houssein Guimbard and David Laborde, 2012. A Foreign Direct Investment database for global CGE models. Paris: CEPII.
IMF, 2009. Balance of Payments Manual. Washington: IMF, chapter 6.
OECD, 2008. OECD Benchmark Definition of Foreign Direct Investment - 4th Edition. Paris: OECD.
ONS, 2015. FDI: Quality and Methodology Information. London: ONS.