zondag 08 oktober 2017

Geef ons de energie om de klimaatdoelstellingen te halen

In de Wetstraat is naar aanleiding van het debat rond de fors verminderde energieheffing (DM 27/9) de euro gevallen: als Vlaanderen op hetzelfde elan doorgaat, worden de klimaatdoelstellingen niet gehaald tegen 2020.

An Beazar is ingenieur, oprichtster en zaakvoerder van Enprove en lid van de vrijdaggroep. Eveneens verschenen in De Morgen van vrijdag 6 oktober 2017.

Sun.jpg In de Wetstraat is naar aanleiding van het debat rond de fors verminderde energieheffing (DM 27/9) de euro gevallen: als Vlaanderen op hetzelfde elan doorgaat, worden de klimaatdoelstellingen niet gehaald tegen 2020. Minister Tommelein maakte een plan op, maar hierover rezen kritische stemmen (DM 27/9. Los van de cijfers, moeten we tot actie overgaan. Wie gaat voor verandering zorgen? Als het van de minister afhangt, is er een belangrijke rol weggelegd de burger. Hij is gestart met het aanwakkeren van de “sense of urgency”, zo verklaarde hij vorige week nog aan de Tijd. Al zijn er veel burgers die helemaal niet meer wakker geschud hoeven te worden wanneer het over het klimaat gaat. Er bestaan vandaag verschillende burgercoöperaties die dromen van het oogsten van de omgevingsenergie voor eigen gebruik. Maar tussen droom en daad… staan in dit geval niet zo zeer praktische bezwaren, maar wel een gebrekkig regelgevend kader.

De zon is er voor iedereen, maar de coöperaties blijven in de schaduw

Zonne- en windenergie worden gesubsidieerd via groenestroomcertificaten. Zo kunnen deze projecten concurreren met de fossiele en nucleaire energie (die, moet het nog gezegd, nog steeds tot 3 keer meer geld ontvangen). De wetgever legde daartoe twee categorieën van fotovoltaïsche zonnepanelen vast. Er zijn enerzijds de kleine residentiële installaties, die geen subsidies meer krijgen aangezien ze verondersteld worden geen stroom aan het net te verkopen. Anderzijds heb je de grotere projecten die dat wel doen en grotendeels gefinancierd worden met geld van externe investeerders. Het uitgangspunt van de overheid hierbij is: 35% van de opgewekte stroom wordt op het net geïnjecteerd, en 80% van de investering wordt gefinancierd met vreemd vermogen. Deze twee elementen maken het project financieel minder rendabel en worden meegenomen in de becijfering van de subsidie. Dus hoe hoger het percentage injectie, en hoe hoger het aandeel eigen vermogen, hoe hoger de subsidie moet zijn.

Een coöperatie die zonnepanelen wil plaatsen, past echter in geen van beide categorieën. Het gaat over collectieve installaties waar alles geïnjecteerd moet worden, anders kunnen de deelnemers niet bediend worden van stroom. Bovendien gebeurt de financiering bijna uitsluitend met eigen vermogen, met de spaarcenten van de coöperanten zelf dus. Dus de voor grote projecten voorziene steun, is in dit geval eigenlijk ontoereikend. Een lagere energiefactuur via zonnedelen is vandaag voor coöperatieven dus absoluut niet vanzelfsprekend, en in tegenspraak met de ambities van Tommelein, die net de burgerinitiatieven wil stimuleren.

Er is nochtans een eenvoudige oplossing voorhanden. De rekenmodellen voor subsidies liggen klaar bij het Vlaams Energie Agentschap. Maak een berekening met de correcte uitgangspunten voor een coöperatie, zodat ook zij de passende ondersteuning krijgen. Inspiratie kan opgedaan worden bij onze noorderburen. Daar genieten coöperatieve projecten van een korting op de energietax, waardoor zonnedelen aantrekkelijker wordt.

De wind is er voor iedereen, maar het gaat toch vooral de energieleveranciers voor de wind

Als zonne-energie financieel niet zo interessant is, dan zet je toch gewoon windturbines? Dit hebben de grote spelers ook goed begrepen. Wind is een goede investering. Alles van wat je op het net plaatst geniet namelijk financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid. Kortom: ideaal voor collectieve projecten!

Maar er was eens… een coöperatie die op zoek ging naar een stuk grond om een windproject te ontwikkelen. Tot zover het verhaal vandaag. In Vlaanderen zijn de geschikte locaties voor turbines schaars. Bovendien liggen deze gronden reeds jarenlang onder contract van de grote energiespelers. Ze bieden de eigenaars-landbouwers hopen geld om deze grond voor hen te reserveren. Zonder geschikte locaties, krijgen burgerinitiatieven dus geen kans.

Steeds meer gemeentes zoals Laarne zien echter wel de zin in om ook hun bewoners te laten genieten van de opbrengsten van de wind, en reserveren daarom een deel van de omgevingsenergie voor de lokale gemeenschap via een gemeenteraadsbesluit. In de andere gemeentes is er juridisch geen draagvlak, en blijft het ook hier bij dromen.

Naast waardevolle, maar beperkte, gemeentelijke intitiatieven ligt ook hier een oplossing klaar: leg via een decreet op dat de wind niet uitsluitend mag gekoloniseerd worden door private spelers. Ook de lokale gemeenschap moet ervan kunnen genieten, zeker nu blijkt dat naar hen gekeken wordt om de klimaatdoelstellingen te halen. Voor inspiratie hoeven we niet ver te zoeken. In Wallonië reserveerden ze via een “Cadre de référence” 50% van de wind (lees: van de projecten) voor burgerinitiatieven en lokale overheden.

Minister Tommelein heeft het goed gezien: de coöperatieven kunnen inderdaad mee zorgen voor de hefboom richting een sociaal rechtvaardige energietransitie. Maar dan moet de investering in hernieuwbare energie voor hen even haalbaar of interessant zijn als voor particulieren of bedrijven. Anders zijn we over een paar jaar nog ter plaatste aan het trappelen en betalen we onze energie nog duurder dan vandaag.