woensdag 28 juni 2017

Ook in ontwikkelingslanden moeten diabetespatiënten zorg krijgen. Hier is een idee

Twee dagen moeten wandelen voor een levensnoodzakelijke insuline inspuiting. Dat is je leven riskeren om in leven te blijven in Syrië.

Margot Vanfleteren studeert, onderneemt en is lid van de vrijdaggroep. Eveneens verschenen op knack.be op 23 juni 2017.

margot-vanfleteren.jpg Twee dagen moeten wandelen voor een levensnoodzakelijke insuline inspuiting. Dat is je leven riskeren om in leven te blijven in Syrië. Op de website van T1 international staan krachtige getuigenissen van mensen met diabetes in conflictgebieden. Een recente paper van Health Action International haalde aan dat 1 op 2 personen met diabetes geen toegang heeft tot levensnoodzakelijke medicatie. Tijd voor actie dus.

Minister De Block en de farmaceutische industrie kwamen naar buiten met het Toekomstpact met de farmaceutische industrie. Het toekomstpact zorgt er voor dat meeste behandelingen relatief betaalbaar zouden moeten zijn en de industrie zuurstof krijgt om verder te innoveren, toch in België. Algemene doelstelling is innovatieve behandelingen sneller bij de patiënten te brengen en facturen te laten dalen.

Het probleem is niet opgelost als we enkel naar België kijken en het toekomstpact perfect zijn rol vervult. Als één van de wereldleiders in de farmaceutische industrie zou België een nog progressievere rol op het internationale toneel mogen spelen. We bevinden ons in een geglobaliseerde markt. België onderhandelt samen met Nederland, Luxemburg en Oostenrijk met farma-bedrijven; dat is een wereldprimeur. We vergeten daarbij aandacht te hebben voor patiënten in groeiende economieën of landen waar de sociale zekerheid geen terugbetaling van bijvoorbeeld insuline garandeert.

Neem biosimilaire geneesmiddelen. Deze hebben een gelijkaardig kwantitatief en kwalitatief biologisch profiel als hun referentie product. Ze voldoen ook aan dezelfde veiligheidsnormen en zijn even doeltreffend. Een recent rapport van Health Action International haalt aan dat deze een mogelijke oplossing zijn om de globale toegang tot insuline te garanderen. Een belangrijke voorwaarde is dat deze biosimilairen geproduceerd worden door een nieuwe producent, omdat de huidige markt gedomineerd wordt door slechts 3 spelers. Door de concurrentie te doen stijgen zullen de prijzen dalen, stelt het rapport. Dit zorgt er in de eerst plaats voor dat insuline betaalbaarder en zo toegankelijker wordt, zowel voor de patiënt als voor de (sociale) verzekeraar.

Huidige beleidsmakers willen het gebruik van biosimilaire medicatie stimuleren. Dit met maatregelen die de vraag naar biosimilaire medicatie verhogen. Via quota bijvoorbeeld, zoals we dat ook voor generieke geneesmiddelen hebben gedaan.

Een bijkomende mogelijke oplossing is een subsidie voor een academisch partnership waar artsen, studenten biomedische/farmaceutische wetenschappen en academisch personeel samen werken aan de ontwikkeling van een kortwerkende biosimilaire insuline om het monopolie van de huidige producent te breken. Farmaceutische bedrijven dienen 5% van hun huidige winstmarge af te staan voor de subsidie en krijgen deze terug per verkoop van een biosimilaire insuline eenheid. Dit biedt 5 theoretische voordelen. In de eerste plaats zal het academisch partnership de insuline verkopen als onafhankelijke speler op de markt, dit doet de concurrentie toenemen en prijzen zakken. België is één van de meest gereguleerde markten. Door in België de regulatie en ontwikkeling te laten plaatsvinden zal het uiteindelijke product in meeste markten geaccepteerd worden – de meeste markten zijn immers minder gereguleerd dan de Europese. Zorgverleners aarzelen vaak door informatietekort om biosimilaire medicatie voor te schrijven. Door artsen mee te laten ontwikkelen zal men meeste info bezitten en hoogstwaarschijnlijk minder last hebben van deze cognitieve bias. Op de globale markt is er nog geen kortwerkende biosimilaire insuline; aanbod creëren is dus nodig. Door de 5% taks terug te betalen aan de farma heeft men een incentive om de ontwikkeling en verdeling te doen slagen. Door studenten mee te laten ontwikkelen zal dit hun in contact brengen met de farmaceutische industrie wat hun een voordeel biedt bij sollicitatie. Hierdoor wordt de werkzekerheid van deze studierichtingen nog meer verzekerd en komt men in contact met een van de grootste uitdagingen in het gezondheidsbeleid: de betaalbaarheid verzekeren.

Zoals elk farmaceutisch bedrijf denk ik dat een land zijn sociale verantwoordelijkheid dient op te nemen. Een genezing voor diabetes bestaat nog niet. Toegang verzekeren tot de levensreddende behandeling is een plicht van elke beleidsmaker. In een geglobaliseerde markt houdt dit ook in verantwoordelijkheid opnemen voor landen die minder ontwikkeld zijn, toegang tot zorg is immers een universeel mensenrecht.